Rudolf Otto
het kwetsbare leven van de liberale politicus en theoloog, filosoof en godsdienstkenner in de fin de siècle
Samenvatting
Vijfenzeventig jaar geleden overleed Rudolf Otto na een dramatische val van de toren van Stauffenberg. Verslaafd aan morfine, zwaar depressief en gesloopt door een tropische ziekte, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een gewelddadig einde aan het bewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto.
We maken kennis met hoogbegaafde jonge Rudolf die, kampend met concentratieproblemen en zoekend naar 'de waarheid', de eerste jaren van zijn studie 'verdoet' met bijvakken als muziek- en kunstgeschiedenis, om uiteindelijk, na een 'vriendelijk advies' van zijn notoir anti-semitische professor Oriëntaalse talen in Göttingen De Lagarde, zich te concentreren op de examenvakken filosofie en godgeleerdheid. In een openhartige 'smeekbrief' vraagt hij toestemming om op korte termijn examen te mogen doen. Zeven jaar later promoveert hij en wordt privaatdocent.
Een productieve tijd breekt aan. Otto verzorgt een uitgave naar de eerste druk van Friedrich Schleiermachers beroemde 'Redevoeringen over de religie' dat honderd jaar eerder was verschenen als reactie op de rationalistische tendensen van zijn tijd.
Otto maakt in die tijd kennis met de historicus en latere Nobelprijswinnaar Nathan Søderblom aan wie hij altijd schatplichtig zal blijven. De kritisch-historische en godsdienstwetenschappelijke houding van Otto brengt hem in conflict met de Kerk en is een obstakel voor zijn academische carrière. Filosofie en natuurkunde staan in het middelpunt van Otto's belangstelling. Het vertaalt, onder pseudoniem, natuurkundige werken. De tegenwerking die Otto ondervond door zijn eigenzinnige houding leiden tot een persoonlijke crisis. Het is Ernst Troeltsch die hem voorhoudt vooral zichzelf te blijven, niet in paniek te raken en door te gaan doen wat hij zelf belangrijk vindt.
In 1917 publiceert Otto 'Das Heilige', het boek dat hem in een klap wereldberoemd maakt. Zijn college's worden drukbezocht, om de paar maanden verschijnt er een nieuwe druk en de Engelse vertaling wordt juichend ontvangen.
Met de aanstelling van Rudolf Bultmann en Martin Heidegger verschoof de belangstelling voor de liberaal-systematische theologie naar de dialectische richting. De studenten verlieten Otto en een paar jaar later ging Otto teleurgesteld met vervroegd emeritaat.
In zijn laatste levensjaren hield Otto zich vooral bezig met de ethiek. Hoewel Rudolf Otto vele mensen ontmoette, leidde hij een eenzaam leven, zijn kleine hond was zijn enige metgezel op zijn wandelingen; de ernst nam met de jaren toe. Zijn zwakke gezondheid en de malaria sloopten zijn gestel. De zelfmoord van zijn joodse vriend Hermann Jacobsohn, als gevolg van de politieke ontwikkelingen in Duitsland, had hem diep getroffen, temeer omdat hij niet in staat was Jacobsohns zoon te adopteren.
In oktober 1936 viel hij van een toren in Stauffenberg in de omgeving van Marburg. Over de
omstandigheden is weinig bekend. Zijn zuster Johanne Ottmer schreef in december: 'Rudolf heeft veel
hoofdpijn, zodat hij vaak moeite heeft om samenhangend te denken; depressies zijn ook weer komen opzetten... Hij huilt vaker.'
Na een verdrietig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis stierf hij tenslotte op 6 maart 1937 aan een longontsteking. Zijn dodenmasker, afgenomen door de beeldhouwer Reinhard Paffrath in Marburg, ademt een weidse vrede, een stille verhevenheid. Ook zijn graf, hoog op de berg, vanwaar men ver uitziet, is passend voor deze persoon, wiens geest boven het aardse uitrees.
Specificaties
Inhoudsopgave
Een woord van de vertaler
Voorwoord van de schrijver
Rationeel en irrationeel
Het numineuze
Het ‘creatuurgevoel’ (Momenten van het numineuze I)
Mysterium tremendum (Momenten van het numineuze II)
Wat is nu eigenlijk dat objectief buiten mij gevoelde numineuze zelf?
Het moment van het ‘tremendum’ (het ontzagwekkende)
Het moment van het overmachtige (‘majestas’)
Het moment van het ‘energieke’
Het moment van het mysterium (het ‘volstrekt andere’)
Numineuze hymnen (Momenten van het numineuze III)
Het fascinans (Momenten van het numineuze IV)
Het ontzagwekkende ‘Ungeheuer’ (Momenten van het numineuze V)
Overeenkomsten
Contrastharmonie.
Wet van de gevoelsassociatie
Schematisering
Het sanctum (het heilige) als numineuze waarde
(Momenten van het numineuze VI)
Het augustum (het verhevene, het eerbiedwaardige)
Bedekking, verzoening
Wat betekent irrationeel?
Uitdrukkingsmiddelen van het numineuze
Directe middelen
Indirecte middelen
Uitdrukkingsmiddelen voor het numineuze in de kunst
Het numineuze in het Oude Testament
Het numineuze in het Nieuwe Testament
Het numineuze bij Luther
De twee ontwikkelingsprocessen van het numineuze
Het heilige als categorie a-priori Deel I
De vroegste religieuze fenomenen (het ontstaan)
De stadia van het ‘ruwe’
Het heilige als categorie a-priori Deel II
De manifestaties van het heilige
Het divinatievermogen
Divinatie in het vroege christendom
Divinatie in het huidige christendom
Het religieuze a-priori en de geschiedenis;
samenvatting en conclusie
Nawoord van Rudolf Otto
BIJLAGEN
Het spontane ontwaken van het numineuze gevoel
(sensus numinis)
Zwijgende eredienst
Richard Flecknoe: Heilig Zwijgen, uit stilte geboren
Verklarende woordenlijst
Literatuur
Register
Een wijze uit het westen, beschouwingen over Rudlf Otto
Rudlf Otto: De genadereligie van India en het christendom
Colofon

