Uitzicht op Academische Vrijheid
Samenvatting
De academische vrijheid staat onder spanning. Dat is van alle tijden, maar wat tot voor kort een vanzelfsprekend fundament van het hoger onderwijs leek, is onder druk komen te staan door onder andere politiek, economie en maatschappelijke polarisatie. In Uitzicht op Academische Vrijheid duidt Peter Kwikkers - de projectleider van de WHW die dit wetsartikel terugzette in dat wetsvoorstel - de academische vrijheid als hoeksteen van ons hogeronderwijsbestel. Hij plaatst dit recht in historisch en juridisch perspectief, bespreekt de rechtshistorie, visies, incidenten, internationale perspectieven, beperkingen en bedreigingen. Afgesloten wordt met concrete voorstellen om academische vrijheid juridisch beter te beschermen en aantasting te voorkomen.
Academische vrijheid, institutionele autonomie, de grondwettelijke vrijheid van onderwijs, vrijheid van meningsuiting, academisch zelfbestuur, programmeervrijheid, demonstratierecht, zelfcensuur, integriteit en ethiek in wetenschap en onderwijs. Het zijn levende begrippen die niet alleen in theorie maar ook in de praktijk de fundamenten vormen van het stelsel van hoger onderwijs en wetenschap; in internationale verhoudingen en internationale samenwerking en natuurlijk ook in de rechtspraak.
Er is in steeds meer landen steeds minder uitzicht op academische vrijheid en toenemend behoefte aan beter zicht erop. In een tijd van politieke beïnvloeding, economische druk en de invloed van artificiële intelligentie, groeit behoefte aan helderheid over wat academische vrijheid is, waartegen biedt zij bescherming en hoe die beter kan. Dit boek gaat vanuit historisch, juridisch en staatkundig perspectief na hoe de academische vrijheid van artikel 1.6 WHW en verwante beginselen en begrippen zich ontwikkelen, wat zij beogen te beschermen en wanneer zij tekortschieten. Het beoogt duiding te geven aan wat academische vrijheid doet, hoe die naast, of tegenover, andere beginselen en begrippen staat en welke spanning daartussen optreedt.
Het boek beschouwt beperkingen, belemmeringen, bedreigingen en aantasting, zonder wetenschappelijke pretentie, op basis van een denkexercitie die vele opvattingen, feiten en bespiegelingen verweeft met associatieve begrips- en beleidsontwikkeling, beschouwingen van beleid en nationale en internationale rechtspraak, en vertaling van en naar uitvoeringspraktijk, handhaving, rechtsbescherming en regelgeving.
De beschouwingen zijn bedoeld om bij te dragen aan legaliteit en legitimiteit van handelen van regelgevers, bestuurders en uitvoerders in hoger onderwijs en wetenschap door te komen tot scherper zicht en gedeelde opvattingen. Het doel is om meer uitzicht op academische vrijheid te krijgen, maar ook beter beschermde vrijheid. Om deze redenen bevat Uitzicht op Academische Vrijheid tevens concrete voorstellen om de regelgeving op dit terrein - en daarmee de academische vrijheid zelf – duurzaam te versterken.
Dit boek is een onmisbaar baken voor bestuur, beleid en recht in uitvoering: voor iedereen in en rond onderwijs, wetenschap en innovatie: leesboek, leerboek èn naslag voor de theorie en in de praktijk.

