trefwoord
Just-in-time: precisie in productie en levering
Just-in-time (JIT) is een productiefilosofie waarbij onderdelen, materialen en producten precies worden geleverd op het moment dat ze nodig zijn. Niet eerder, niet later. Het doel: voorraden minimaliseren, verspilling tegengaan en de doorstroom optimaliseren. Wat ooit begon als innovatief antwoord op schaarste bij Toyota, groeide uit tot een wereldwijd toegepast principe binnen lean management.
Toch heeft de coronapandemie en recente supply chain-verstoringen ook de kwetsbaarheid van JIT-systemen blootgelegd. Wanneer werkt just-in-time wél, en wanneer niet? En hoe verhouden moderne inzichten zich tot de oorspronkelijke Japanse filosofie?
Boek bekijken
De wortels: Toyota en het pull-systeem
De geschiedenis van just-in-time begint na de Tweede Wereldoorlog in Japan. Taiichi Ohno, de grondlegger van het Toyota Production System, ontwikkelde JIT uit noodzaak. Toyota had niet het kapitaal voor grote voorraden zoals Amerikaanse concurrenten. Inspiratie kwam uit onverwachte hoek: de supermarkt.
In supermarkten worden schappen aangevuld op basis van wat klanten kopen – een pull-systeem in plaats van push. Dit principe vertaalde Ohno naar de fabriek: elk productiestation produceert alleen wat het volgende station nodig heeft, getriggerd door een kanban-kaart. Zo ontstond een continue stroom zonder overbodige voorraad.
Boek bekijken
SPOTLIGHT: Masaaki Imai
Boek bekijken
Auteurs die schrijven over 'just-in-time'
Just-in-time als fundament van lean
Just-in-time vormt samen met jidoka (ingebouwde kwaliteit) een van de twee pijlers van lean management. Het draait niet alleen om voorraadreductie, maar om het creëren van flow: een ononderbroken stroom van waarde naar de klant. Daarvoor zijn drie elementen cruciaal: takttijd (het ritme van klantvraag), continue flow (productie van één item per keer) en pull (productie op basis van daadwerkelijke vraag).
De kracht van JIT ligt in de zichtbaarheid van problemen. Zonder voorraadbuffers komen verstoringen direct aan het licht – wat dwíngt tot structurele oplossingen in plaats van symptoombestrijding.
Boek bekijken
Boek bekijken
Kritische reflectie: wanneer werkt JIT níet?
Waar The Machine That Changed the World just-in-time verheerlijkte als wondermiddel, dwingt de praktijk tot nuancering. JIT vereist stabiele processen, betrouwbare leveranciers en voorspelbare vraag. Bij volatiele markten of geopolitieke onzekerheid kan het systeem juist kwetsbaar zijn.
Ook de sociale dimensie vraagt aandacht. Just-in-time legt druk op flexibiliteit van werknemers en kan leiden tot precair werk. De filosofie werkt optimaal wanneer respect voor mensen – het andere fundament van de Toyota Way – even serieus wordt genomen als efficiency.
Boek bekijken
Boek bekijken
Van theorie naar praktijk: JIT in logistiek en projecten
Just-in-time vindt toepassing ver buiten de autofabriek. In de logistiek zorgt JIT voor kortere doorlooptijden en lagere voorraden. In projectmanagement helpt het principe tegen multitasking en werk-in-uitvoering te beperken. Zelfs persoonlijke productiviteit kan profiteren van pull-denken: begin pas iets nieuws als eerdere taken zijn afgerond.
Toch blijft waakzaamheid geboden. JIT is geen recept maar een filosofie die past bij de context. De kunstis onderscheiden wanneer lage voorraden efficiency brengen, en wanneer strategische buffers weerbaarheid vergroten.
Boek bekijken
Lean Basis Just-in-time werkt alleen binnen een stabiel fundament van gestandaardiseerde processen, visueel management en gelijkmatige werklast. Zonder dit fundament leidt JIT tot chaos.
Boek bekijken
Het doel van JIT is een continue stroom te creëren waarin elk proces alleen produceert wat het volgende proces op dat moment nodig heeft – niet meer, niet minder. Uit: Lean Thinking
De toekomst: wendbare weerbaarheid
Moderne inzichten combineren het beste van twee werelden. Waar How the World Ran Out of Everything waarschuwt voor blinde afhankelijkheid van JIT, tonen werken als Lean Basis dat de filosofie zelf ruimte biedt voor aanpassing. De sleutel ligt in het onderscheid tussen strategische buffers (voor onzekere vraag) en operationele leanness (voor voorspelbare processen).
Just-in-time blijft relevant, mits toegepast met oog voor context. Het vraagt om continue verbetering – kaizen – waarbij organisaties leren van verstoringen en hun systemen aanpassen. Niet als rigide dogma, maar als wendbaar principe dat waarde, flow en respect voor mensen centraal stelt.
Conclusie: precisie met perspectief
Just-in-time is meer dan een techniek voor voorraadbeheer. Het is een manier van denken over waardecreatie, waarbij verspilling wordt geëlimineerd en problemen zichtbaar worden gemaakt. Van de supermarktschappen die Taiichi Ohno inspireerden tot moderne supply chains: het principe blijft krachtig.
Tegelijk dwingt de praktijk tot bescheidenheid. JIT werkt optimaal binnen stabiele omgevingen en vraagt een cultuur van continue verbetering. De kwetsbaarheden die experts als Willem Schinkel signaleren zijn reëel. De uitdaging is daarom niet JIT blind toepassen of verwerpen, maar wijs inzetten: met oog voor context, respect voor mensen en bereidheid te leren.
Zo wordt just-in-time wat het altijd bedoeld was: geen doel op zich, maar middel tot wendbare, waardecreërende organisaties die zowel efficiënt als veerkrachtig zijn.